Skip content

2010/032

Appellant tegen Hogeschool INHolland

Zaaknummer: 2010/032
Datum uitspraak: 08-10-2010
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.6 Het College volgt verweerder niet in diens betoog dat
hij appellants inschrijving heeft kunnen beëindigen. De gronden waarop verweerder een inschrijving kan beëindigen zijn in de wet vastgelegd. Daaronder vallen niet de door verweerder aangevoerde gronden.
2.7 Daarnaast kan onder bijzondere omstandigheden de inschrijving worden geweigerd dan wel beëindigd. Omdat niet reeds op grond van het enkele feit dat het diploma van appellant, zoals aannemelijk is, moet zijn gebruikt bij de vervalsing door [naam fraudeur] onomstotelijk vaststaat dat appellant zich heeft schuldig gemaakt aan medewerking aan het vervalsen van een diploma, doen zulke omstandigheden zich hier naar het oordeel van het College niet voor.
2.8 Het bestreden besluit ontbeert om vorengenoemde overwegingen een wettelijke grondslag en daarmee een deugdelijk onderbouwde motivering. Het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) en komt daarom voor vernietiging in aanmerking. Gelet op de grond voor deze vernietiging ziet het College aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb het besluit van 15 maart 2010 te herroepen.

Downloads