2010/037
Appellant tegen Hogeschool van Amsterdam
| Zaaknummer: | 2010/037 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 30-08-2010 |
| Trefwoorden: | |
| Artikelen: |
Hoofdoverwegingen:
2.4.1. Verzoeker beschikt niet over de door artikel 7.24
WHW vereiste vooropleiding voor de inschrijving voor de opleiding International Business & Management. Verweerder heeft hem geen vrijstelling hoeven verlenen van bedoelde eis met toepassing van artikel 7.28, tweede lid. Van de eerste in deze bepaling vermelde situatie is geen sprake, omdat de door verzoeker verkregen diploma's niet bij ministeriële regeling als gelijkwaardig zijn aangemerkt aan het vereiste diploma. Verweerder was niet gehouden verzoeker in aanmerking te laten komen voor de tweede daar vermelde situatie, te weten een gelijkwaardig achten van bedoelde diploma's. Dat verweerder dit laatste wel had moeten doen, is niet gebleken. Hiertoe is in het bijzonder van belang dat het College aanneemt dat ook voor de inschrijving in het studiejaar 2004-2005 deze situatie niet van toepassing is geoordeeld. Het College ziet geen reden te twijfelen aan de stelling van verweerder dat verzoeker toen met toepassing van artikel 7.29 is vrijgesteld, dat wil zeggen op basis van een onderzoek naar de geschiktheid voor het desbetreffende onderwijs, het colloquium doctum of de 21+toets. Het resultaat van een dergelijk onderzoek werd indertijd aan betrokkenen meegedeeld in brieven als de overgelegde brief van 17 januari 2005. Dat zo'n onderzoek indertijd een beperkter strekking had dan thans en plaatsvond in een "intakegesprek", doet er niet aan af dat van een dergelijk onderzoek sprake was.
2.4.2. De inschrijving in het studiejaar 2004-2005 is dus geschied met een vrijstelling op grond van artikel 7.29 WHW. Uit artikel 2.5, zesde lid, van de regeling vloeit voort dat het resultaat van een 21+toets 24 maanden geldig is. Aangezien de toelating op basis van de 21+toets aan verzoeker is bevestigd bij brief van de HES van 17 januari 2005, was de geldigheidsduur van het resultaat van de toets ten tijde van de thans beoogde inschrijving voor het studiejaar 2010-2011 reeds lang verstreken.
2.4.3. Het voorgaande brengt mee dat verweerder de inschrijving terecht afhankelijk stelt van het succesvol afleggen van een nieuwe 21+toets. Verweerder heeft in het door verzoeker aangevoerde geen aanleiding hoeven zien op het punt van de geldigheidsduur van het resultaat van de 21+ toets af te wijken van de regeling, zo de regeling al een mogelijkheid tot afwijking kent. Hiertoe wordt overwogen dat verweerder uiteen heeft gezet dat de toets anders is dan zes jaar geleden, omdat deze is afgestemd op de inhoud van het huidige studieprogramma, dat anders is dan zes jaar geleden. Bovendien is geen sprake van een korte onderbreking in de inschrijving. Verzoeker is vier hele studiejaren niet ingeschreven is geweest (2006-2007 tot en met 2009-2010).
Downloads
20100371.pdf (34.16 KB)
