Skip content

2011/136.2

Verzet tegen de uitspraak van 2 november 2011, CBHO 2011/182, waarbij verzoekster niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht.

Zaaknummer: 2011/136.2
Zittingsdag: Donderdag 2 februari 2012
Datum uitspraak: 20-03-2012
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.4. In verzet als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht staat uitsluitend ter beoordeling of het College terecht tot kennelijke niet-ontvankelijkverklaring van het door opposante ingestelde beroep is overgegaan.
In de brief van 12 september 2011 is opposante erop gewezen dat, indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat zij in verzuim is geweest. Dat andere bestuursrechtelijke colleges een andere werkwijze hanteren, leidt in dit geval niet tot het oordeel dat opposante erop mocht vertrouwen dat haar een tweede termijn zou worden gegund. Hiertoe wordt in aanmerking genomen dat geen verwarring bij opposante kan zijn opgetreden door de werkwijze van andere rechtscolleges, nu zij, zoals zij ter zitting heeft verklaard, niet eerder elders heeft geprocedeerd. De stelling van opposante dat uit de verschillende werkwijzes volgt dat bij haar een redelijk verwachtingspatroon kon bestaan dat een tweede termijn zou worden gegund, leidt, gelet op de uitdrukkelijke termijnstelling in de brief van 12 september 2011, niet tot het oordeel dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat zij in verzuim is geweest. Voorts kan uit de door opposante overgelegde medische verklaringen niet worden afgeleid dat zij ten tijde van de haar gestelde betalingstermijn zodanig vergeetachtig was, dat zij niet in staat was om binnen deze termijn het griffierecht te voldoen.

Downloads