Skip content

2011/181.5

Beroep tegen de uitspraak van het CBE INHolland, waarbij het beroep van appellante tegen de beslissing dat zij haar stage in het buitenland vanwege het ontbreken van toestemming van de examinator heeft moeten afbreken, ongegrond is verklaard.

Zaaknummer: 2011/181.5
Zittingsdag: Maandag 16 januari 2012
Datum uitspraak: 20-02-2012
Trefwoorden:
Artikelen:

Hoofdoverwegingen:

2.3. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Onderwijs- en Examenregeling kan een student pas starten met zijn stage of afstudeeropdracht als hij daarvoor toestemming heeft ontvangen en aldus aan de gestelde stagevereisten wordt voldaan. De stagevereisten zijn uitgewerkt in de Stagehandleiding Cluster Marketing Rotterdam. Een student mag een stage doen, indien hij daartoe is toegelaten en de stageplaats is goedgekeurd. Een goedkeuring van de stageplaats heeft in dit geval niet plaatsgevonden. Nu appellante niet de vereiste procedure heeft gevolgd alvorens zij de door haar beoogde stage op Sint Maarten is aangevangen, en zij haar stage in Costa Rica zonder overleg met of instemming van de stagecoördinator heeft afgebroken, is het CBE terecht tot het oordeel gekomen dat de directeur in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat een stage op Sint Maarten voor de door appellante gevolgde opleiding niet als buitenlandstage geldt.

Downloads